Burana toren

DE BURANA TOREN

Een majesteitelijk monument uit vervlogen tijden: een legendarische minaret

Shadow
Slider

De Burana Toren is een grote minaret gelegen in de Chui vallei, zo’n 80 kilometer oostelijk van Bishkek. Ooit maakte de toren deel uit van de stad Balasagun van de Karakhaniden.

Balasagun werd in de 9de eeuw gebouwd door de Sogdiërs, een Iraans volk, en werd nog bewoond in de 11de eeuw toen de Burana Toren werd gebouwd. Oorspronkelijk was de toren 46 meter hoog, waarvan nu nog 24 meter overeind staan na verschillende eeuwen van aardbevingen en verval.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de toren deels gerestaureerd. Men gaat er van uit dat de toren een buitentrap en een binnentrap had, maar nu is alleen de binnentrap er nog.

De stad Balasagun werd onder de voet gelopen door de Mongolen in 1218 en kreeg de naam Gobalik (‘aangename stad’). Na de Mongoolse invasie raakte de stad in verval maar er bestaan sporen van Nestoriaanse christenen die tot de 14de eeuw een van de begraafplaatsen gebruikten.

Behalve de toren zijn er overblijfselen van het oude kasteel en drie mausolea. Er is ook een klein museum gebouwd en op het terrein eromheen zijn balbals (grafstenen) en petrogliefen uit de omgeving tentoon gesteld. Balbal zou stammen van het Turkse woord dat ‘voorouder’ betekent en de inscripties op de petrogliefen zouden dus naar vroegere voorouders verwijzen.

Interessant: sommige geleerden denken dat Burana een foutieve uitspraak is van het Arabische woord monara (of munara), dat vuurtoren of minaret betekent.

De legende van de Burana Toren

Ten oosten van Bishkek, dicht bij Tokmok ligt de Burana Toren. De toren is deel van een minaret, die ooit veel hoger was dan nu. Wat is er gebeurd?

Er was eens een machtige Khan die een prachtige dochter had, Monara. De Khan aanbad zijn dochter en wilde haar beschermen tegen de avances van de lokale djigits (jonge, behendige ruiters).

Op zijn zoektocht naar veiligheid voor Monara ontbood de Khan alle plaatselijke helderzienden en toekomstvoorspellers en vroeg hun wat zij als haar toekomst voorzagen. Allemaal vertelden ze over een gelukkig en lang leven voor het meisje, behalve één.

Deze ene wijze aksakal (ak – wit, sakal – baard) verschilde van mening met de anderen en zei tot de Khan: ‘U zult me misschien doden om wat ik zeg, maar ik kan alleen de waarheid vertellen. Het lot van uw dochter is noodlottig. Op haar zestiende verjaardag zal ze worden gebeten door een giftige zwarte spin en ze zal ter plekke sterven!’

Hoewel zeer ontstemd over de voorspelling voelde de Khan dat hij er niet omheen kon. Om Monara te beschermen bouwde hij een toren. In een kleine kamer op de begane grond werd de aksakal door hem gekerkerd en zijn dochter werd geïsoleerd in een andere kamer boven in de toren.

Monara groeide op in de kamer boven in de toren en keek uit door de vier vensters in de koepel, elk venster met uitzicht op een van de kompaspunten: het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Voedsel werd door dienaren langs ladders buiten de toren naar boven gebracht en voordat ze naar boven mochten klimmen, werden het voedsel en het servies geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat er geen spin in verborgen zat.

Op Monara’s 16de verjaardag was de Khan zo gelukkig dat de voorspelling van de aksakal vals was gebleken dat hij naar de kamer van zijn dochter klom met een tros druiven als cadeau. Met een kus begroette en feliciteerde hij haar en gaf haar de druiven. Bij het aannemen van de druiven zakte ze om een onverklaarbare reden in elkaar en stierf. Verbijsterd onderzocht de Khan zijn cadeau en vond daar een kleine zwarte spin.

De Khan was zo buiten zichzelf van verdriet en huilde zo hard dat de hele toren schokte, waarbij het bovenste gedeelte instortte en de ruïne veroorzaakte die we tegenwoordig zien. Over het lot van de aksakal geen woord.